Hongarije – 2018

Het Hongaarse honingproject

Verslag: Marjan de Boer

Het honingproject bestaat nog steeds en zal niet snel verdwijnen! Het gaat om de honing die gemaakt wordt in het dorpje Göncruszka, in het noordoosten van Hongarije.
Daar woont een jong predikantenechtpaar met een bijzondere visie.

In 2004 werd het echtpaar, Levente en Zsúzsa Sohajda beroepen in een streek met drie grote en een heleboel kleine dorpjes waar nauwelijks meer gereformeerde kerkleden woonden. Ze wisten al snel mensen te motiveren om het kleine kerkje van het grootste dorp een opknapbeurt te geven. Dat was het begin van hun werk daar. Het predikantenechtpaar zag als ideaal een samenleving die vanuit een christelijke gedachte zelfverzorgend zou zijn.
Ook voor de Roma, die een deel van de dorpen bevolkte.

Hun werk in deze omgeving was zwaar en in veler ogen onmogelijk, zelfs in de ogen van de niet-Roma uit de gemeenschap. Maar de predikanten werkten, zoals ze zelf keer op keer benadrukken, met Gods hulp.

Er werden heel voorzichtig dingen opgebouwd, soms met succes, soms niet. Door het te geringe aantal leerlingen sloot de staatsschool in het dorp. Geen school, geen opleiding, geen toekomst. Dat was het vooruitzicht.

Toen gebeurde er iets onverwachts. De predikant erfde een aantal bijenvolken. Hij nam les en zorgde voor honing binnen de gemeente. Het bleek een vergaand en heel bijzonder onderdeel van de gemeenschap te worden. De honing werd een bindend element. Tijdens de catechese en het zingen van psalmen werkten jong en oud aan het vullen van de potten, het sluiten ervan, het plakken van etiketten, het verpakken in dozen en verder met alles dat gedaan moest worden.

Aanvankelijk werd de honing verkocht in de omgeving en met de opbrengst kon gestart worden met een schoolklas van 16 leerlingen. Een oud gebouw werd opgeknapt en de school kreeg de naam Talentum.

Maar de honing werd ook een bindend element met veel kerkgemeenschappen in Europa. Naarmate de contacten zich uitbreidden vond de honing zijn weg ver buiten de dorpen. De honing werd meegegeven aan iedereen die van een kerkgemeenschap in Europa naar Göncruszka kwam. Als gift, maar er werd dan bij gezegd: “Kijk maar wat men er voor over heeft!”

Een deel er van ging naar een gemeente in Zwitserland. Door de studie van Levente waren er daar al geruime tijd contacten mee. Daar kwam trouwens ook het schoolmeubilair en de muziekinstrumenten vandaan.

De classis van Westfalen in Duitsland had een groot probleem met de Roma bevolking in de deelstaat. Ze hoorden van Göncruszka, reisden er naar toe en raakten enthousiast. Ze zegden hun medewerking toe bij de financiering van de uitbreiding van de school. De honing vormt inmiddels een vertrouwde band tussen de protestantse kerk in de stad Witten en het Hongaarse dorp.

Vanuit de gereformeerde kerk in Assen komt nu al een aantal jaren een groep gemeenteleden, jong en oud, bouwen aan de pastorie, de school of aan de inrichting van het schoolplein. De honing is ook daar ook een bijzonder onderdeel van de contacten.

Busvervoer

De leerlingen komen uit alle dorpen in de omgeving. De drie grote dorpen, maar ook uit de elf gehuchten. Ze worden dagelijks thuis opgehaald en weer teruggebracht door een vrijwilliger.

Zending, Werelddiaconaat en Ontwikkelingssamenwerking van de Protestantse Gemeente Roermond heeft zich garant gesteld voor het in bedrijf houden van de twee bussen die de kinderen ophalen.

Een grote bus rijdt de grotere dorpen bij langs en een kleine bus de kleine dorpen, die vaak aan doodlopende wegen liggen waar de grote bus niet kan keren. De kerk in Roermond was ook al langere tijd bekend met het honingproject.

Vanuit de diaconie van onze kerkgemeenschap in Venlo is meerdere malen een gift meegegeven en natuurlijk is de honing daar ook een bekend onderdeel van de contacten met de Hongaarse dorpen.

Er is ook een andere gemeente in Nederland die hulp verleent en op al deze manieren is de regio rond Göncruszka, mede dankzij de honing, Europees gezien op de kerkelijke kaart gezet.

De projecten van de kerk daar worden ook gesteund door de Nederlandse Stichting Fundament, een stichting die actief is met kerkelijk opbouwwerk aan de Hongaars Gereformeerde gemeenschap met theologische, onderwijskundige en maatschappelijke ondersteuning.

Praktische hulp en de gevolgen ervan

Langzamerhand breidde de hulp zich uit. In tien jaar tijd is de pastorie meer dan verdubbeld, met de catecheseruimte verbonden en is er een groot terras gebouwd, waar bijeenkomsten worden gehouden. De verwarming is energiezuinig en werkt op onbruikbare notendoppen. Omdat er in de verschillende ruimtes meerdere activiteiten plaatsvinden, verlangde de overheid een toiletunit. Die is er gekomen.

Geleidelijk groeide het aantal leerlingen en de school moest uitbreiden.
Ieder jaar werd er een lokaal en/of een andere ruimte bijgebouwd.
Er kwam elders in het dorp een kleuterschool, die ook te klein werd.
Vorig jaar is daar een aanbouw gemaakt met een ruimte waar de kinderen gezamenlijk kunnen eten en een zaal met matrasjes waar ze hun verplichte dagelijkse rustpauze houden.

Doordat de school een christelijke signatuur heeft, wordt iedereen toegelaten die kan instemmen met de christelijke waarden. De doop is geen voorwaarde, maar het is opvallend, of misschien juist niet, dat er vaker leerlingen gedoopt worden en niet alleen zij, maar ook hun ouders en verdere familieleden. Het beeld van een christelijke samenleving komt zo steeds dichterbij. De doelstelling van de predikanten om te komen tot een samenleving vanuit een christelijke gedachte, heeft een gezicht gekregen. De regio is grotendeels zelfvoorzienend en vaart er wel bij, zowel op maatschappelijk vlak als op praktisch gebied.

Er is een rolstoelafhankelijk meisje tot de school toegelaten. Voor haar was nergens anders plaats. De school heeft een extra taak ten opzichte van de scholen die door de overheid worden gefinancierd want mede door het ontbreken van jeugdgezondheidszorg is hun taak uitgebreider en wordt er gezocht naar fysiotherapeutische en logopedische mogelijkheden.

De overheid verplicht de scholen tot het verstrekken van een maaltijd. Er wordt gewerkt aan een kantine waar iedere dag gekookt wordt, ook in de vakanties. Tegen een geringe vergoeding kunnen ook anderen hier en maaltijd krijgen.

In de zomer van 2018 hebben 15 van de 16 eerste leerlingen de school verlaten. Het lokaaltje waar ze in gestart zijn, is al lang veel te klein. Het was in 2017 zelfs zo dat er leerlingen geweigerd moesten worden. Samen met deze eerste groep, die tegelijkertijd de belijdeniscatechisanten zijn, heeft Levente in april een reis gemaakt langs alle kerkgemeenschappen in Europa die het werk van de kerk in Göncruszka steunen.

Precies in die tijd waren Koos en ik in het dorp. Gelukkig was onze komst aangekondigd en was er honing voor ons gereserveerd, want de grootste voorraden waren met het gezelschap meegegaan naar de plaatsen in Zwitserland, Duitsland en Nederland.

Facebook

Ik volg de school en de gemeente op Facebook. Ik zie de reizen die de gemeente en de leerlingen maken, de mogelijkheden die ze krijgen, de kerkdiensten, de feesten, de dopen en belijdenissen, de Bijbellessen en Bijbelse musicals en denk dan terug aan de situatie van 2008, toen we voor het eerst kennis maakten met de gemeente. Met Gods zegen is er heel veel gebeurd.

Toen het echtpaar 10 jaar predikant was, is er een bijzondere kerkdienst gehouden, gevolgd door een feest. De gemeente had speciaal voor deze gelegenheid een blad uitgegeven met de titel “Lehet”. De tekst uit Markus 9: “Alles kan voor wie gelooft”.

Honing

Maar waar is de honing gebleven? De start van alles binnen de kerkgemeenschap? De overheid eiste een wettelijke basis voor de honingverkoop, die zou kunnen worden aangemerkt als concurrentievervalsing. Er moest een stichting worden opgericht en dat is gebeurd. Dat heeft ook voordelen. Een ieder die een pot honing koopt, krijgt er een omschrijving bij van wat er met de honing mogelijk gemaakt wordt. “Door uw aankoop kunnen inmiddels meer dan 220 kinderen een schoolopleiding krijgen”.

Op basis van wat er de afgelopen jaren gebeurd is, hebben beide predikanten van de Hongaarse staat al een tweetal bijzondere onderscheidingen gekregen. Hun werk staat nationaal en internationaal hoog aangeschreven.
Maar in het persoonlijk contact merk je daar weinig van. Beide predikanten geven aan te werken met Gods zegen en wat er gebeurt te zien als het werk van Gods hand. Hun taak is primair het geloofsonderricht.
In de loop der jaren zijn er tientallen mensen gekomen die hun maatschappelijke taken hebben overgenomen en uitgebreid.

Het lijkt er op dat de honingbijdrage alleen naar de school gaat. Dat is niet zo. Er zijn vele projecten en bij het overhandigen van de gelden die de honing heeft opgebracht, kan een doel genoemd worden. In de loop der jaren is ook onze persoonlijke financiële bijdrage van doel gewijzigd.

Onze jaarlijkse bijdrage gaat naar het werk van de vrouwelijke predikant in Vilmány. Onderstaand stukje komt van de site van de Stichting Fundament.

De bevolking in Vilmány bestaat voor 80% uit Roma. Armoede, sociale problemen, kindersterfte en gebrek aan de meest basale zorg, zijn hier aan de orde van de dag. De meeste mensen kennen God niet en leven zonder perspectief. De kerk van Göncruszka werkt in Vilmány vanuit haar ‘Gemeenschapshuis’ (reformatus közösségi Ház). Ze geven medisch advies, steunen jonge moeders, verzorgen maaltijden, werken aan betere hygiëne en geven jongeren een vakopleiding. Ze werken er aan dat mensen weer zelfrespect krijgen, zelf de zorg gaan oppakken, er voor hun medemens willen zijn. Elke zondag is er een kerkdienst. Dit project, waar Fundament aan meewerkt, bereikt steeds meer mensen in Vilmány.

Iedere week geeft Zsúzsa in het gemeenschapshuis catechisatie aan de Roma vrouwen, jonge moeders, moeders van zeer grote gezinnen. Ze komen daar met hun jongste kinderen. Er zijn spelletjes en speelgoed voor hen, iets wat ze thuis niet hebben. Door de grote gezinnen is privé speelgoed een bijzonder goed. Het geloofsonderricht aan de vrouwen heeft voor hen nog een extra voordeel. Korte tijd geleden is er een wasmachine aangekocht. In de tijd dat de vrouwen onderricht krijgen en hun kinderen spelen draait de wasmachine en na afloop kan de schone was mee naar huis.

Maar je snapt het al. De winters zijn koud, de huizen slecht verwarmd…… Voor het drogen van de was is er natuurlijk ook nog een wens. Onze bijdragen zijn de laatste jaren bestemd voor dit gemeenschapshuis en het werk dat daar gedaan wordt.

Rechts op de foto Zsúzsa Sohajda.

EHBO bijeenkomst in Vilmány

 

 

 

In april van dit jaar waren we te gast bij een voorlichtingsbijeenkomst in het gemeenschapshuis in Vilmány.

De lezing ging over EHBO en hieraan was een wekenlange voorbereiding voorafgegaan. Ondanks de aanwezigheid van jonge vrouwen met heel veel kleine kinderen, was de meeste interesse afkomstig van de jonge jongens tussen 12 en 15 jaar.

Wat ons het meest opviel waren de onderwerpen. Reanimatie bij baby’s en jonge kinderen, ook na verdrinking, het behandelen van brandwonden en hoe te handelen bij CO vergiftiging. Die onderwerpen gaven ons op een bijzondere manier zicht op wat zich in deze gemeenschap kan afspelen. We kregen ook af en toe uitleg. Een klein kindje dat verdronken was in een teiltje en brandwonden als gevolg van een omgevallen kookpan.

Al een aantal jaren krijg ik van een groep mensen in Horst goede nieuwe of kort gedragen baby- en kinderkleding en kinderschoenen of laarsjes. Deze zijn bestemd voor Vilmány. Voor de vele kinderen in de gezinnen zijn er kledingboxen beschikbaar. De kleding die gedragen wordt, moet goed worden onderhouden en als de kinderen er uit gegroeid zijn, gaan de kleren weer terug naar het uitgiftepunt.

Het nadeel voor ons is dat er nauwelijks transporten die kant uit gaan. Als u iemand kent, die wel eens in de richting van Oost-Hongarije reist, hoor ik dat graag.

Honing van de gereformeerde gemeente in Göncruszka is altijd bij mij te verkrijgen tegen een gift van 5 euro (of meer, zoals u wilt). Dit geld gaat met een gemeentelid mee en komt van de eerste tot de laatste cent aan bij het project.

De honing verbindt de kerk van Oost-Hongarije op deze manier ook met onze kerkgemeenschap!

De honing is te koop bij Marjan en Koos de Boer: mail.marjan.deboer@gmail.com

Bijgevoegde foto’s

  1. Gemeenschapshuis in Vilmány
  2. Kleuterschool
  3. Zaal met matrasjes
  4. De rekken waar de honing staat, zijn bijna leeg in verband met de reis van Levente en de leerlingen
  5. De honing met de opdruk op het kaartje: “Want alzo had God de wereld lief”, Johannes 3: 16 en “tot Gods eer vanuit de imkerij van de gereformeerde kerk in Göncruszka”.
  6. EHBO bijeenkomst in Vilmány, voorafgaand aan de bijeenkomst. Rechts op de foto staat Zsúzsa Sohajda.
  7. De mensen in de zaal.